Jolanda Pikkaart tekstschrijver freelance journaliste en schrijfster
 
Verhalen >    - 'Het leven begint' -

Het leven begint bij veertig

Als ze veertig wordt moet ze Entara verlaten. Maar daar wil ze zich niet bij neerleggen. Ze wil haar gezin bij elkaar houden. De bestuurders sluiten echter elke ontsnappingsmogelijkheid uit.

Dorisa zat in haar zwevende stoel na te denken. Ze moest toegeven: het beviel haar hier niet echt meer, maar onzekerheid had ook zijn nadelen! Ze had er moeite mee, dat alles zo was veranderd. Bijna alles rondom het huis, maar ook daarbuiten, was geautomatiseerd. Men verplaatste zich in grote overkoepelde steden en daarbuiten in ruimtepakken. De aarde was niet meer...... De mensen hadden geen rekening gehouden met hun medemensen.


Dit betekende uiteindelijk het eind van het leven op aarde. Onder leiding van de machthebbers waren alle belangrijke mensen verscheept naar Entara, waar leven alleen mogelijk was onder koepels. Bijna dertig jaar woonde Dorisa nu op deze planeet. Ze was tien, toen ze werden geëvacueerd. Haar vader was lid geweest van het toenmalige bestuur. Haar ouders waren vijftien jaar geleden verdwenen. Zoals alle ouderen. Het beviel haar hier niet. Vaak miste zij haar oude woonplaats. Hier was alles door mensen gemaakt. Wat zou zij graag weer eens buiten wandelen. In een ruimtepak was het toch anders. Buiten de steden was alleen maar vlakke grond en grote rotsen, dieren waren hier al helemaal niet. De steden waren overbevolkt, er werd echter niet aan geboortebeperking gedaan, omdat de populatie zich diende uit te breiden. Er was een nieuw volk nodig om de aarde eens weer te bewonen, werd er gesteld. Er was een andere oplossing gevonden. Iedereen die de leeftijd van veertig bereikte werd afgevoerd. Niemand wist wat er met hen gebeurde. Sommigen zeiden dat je naar een hogere macht ging, een soort hemel, anderen zeiden dat je werd opgeofferd voor de jeugd. Dorisa wilde het eigenlijk niet weten. De mensen hadden het geaccepteerd, er was ook geen keus. De geboortedata van alle bewoners van Entara stonden in de computer en aan het eind van het jaar dat men veertig was geworden kreeg men een oproep. Dorisa slikte haar dagelijkse tabletjes in, dat was verplicht vanaf je dertigste. Ook dit was weer zo'n raadsel! Elk jaar werd zij gecontroleerd bij een medisch onderzoek. Maar waarom je de tabletjes moest slikken wist niemand. De doktor had gezegd dat dit was om virussen te bestrijden. Maar de jongeren kregen niets! Nog twee weken, dan was het zover. Ze had het nooit erg gevonden om ouder te worden. Lichamelijke ongemakken waren er toch bijna niet meer, die waren onder controle. Maar ze wilde niet weg! Natuurlijk, een gelukkig leven had ze hier niet echt, maar de dood was haar ook te gortig. Dorisa begreep ook niet waarom de steden niet werden uitgebreid, dan kon iedereen gewoon blijven. Nu kregen ze wel een jong en sterk volk, maar nooit meer een groot volk! En wat moest er van haar man en kinderen terechtkomen? Haar man had nog maar twee jaar. De kinderen wisten natuurlijk niet beter, ze zouden opgenomen worden in het stadsgezinshuis. Maar de jongste was dan pas twaalf jaar. De komende twee weken hoefden zij en haar man niet meer te werken en de kinderen mochten thuisblijven. Haar man was vol vertrouwen, zijn vader was bestuurder geweest en hij had altijd door laten schemeren dat het leven pas begon bij veertig. 
"Mama, ben je weer verdrietig?" Haar jongste zoon was de ruimte binnen gekomen. 
"Als ik later groot ben en veertig word, dan kom ik weer bij je hoor" troostte haar zoon. 
"Ja Kyros, dat weet ik, maar dat duurt nog zo lang", antwoordde Dorisa. 
Haar man had de kinderen het geloof meegegeven, dat ze naar een beter leven gingen als ze veertig werden. Dorisa had dit geloof nooit gedeeld. Misschien stond haar wel iets vreselijks te wachten? Larse kwam het vertrek binnen, teder omarmde hij zijn vrouw. 
"Alles komt goed, mijn vader heeft het altijd gezegd", probeerde hij haar op te beuren. Dorisa had nooit zo goed op kunnen schieten met haar schoonvader. 
"Misschien, maar het wachten is het ergst", bromde Dorisa. 
De twee weken gingen toch nog te snel voorbij. Dorisa wilde elke minuut genieten van de nabijheid van haar man en kinderen. Het was te kort! Er restten nu nog twee dagen. Overmorgen moest zij zich melden bij de bestuurder. Dorisa was nerveus. Ze vond deze behandeling niet menselijk, in haar gedachten werd de toekomst steeds angstaanjagender. De uitnodiging voor haar tocht, zoals het volgens Dorisa diplomatiek werd genoemd, was al binnen. 's Nachts lag ze wakker of praatte in haar slaap en werd zwetend wakker. Larse kreeg haar meestal wel weer rustig. 
"Waarom geloof je er nu niet in?", zei hij dan vertwijfeld. 
Dorisa kon het niet, zij wou zelf haar leven uitstippelen. Nu werd het door het bestuur bepaald. Misschien was het voor haar kinderen later makkelijk, zij kenden geen ander leven. 
Eindelijk was het zo ver. Larse en Dorisa hadden de hele nacht gepraat. Dorisa moest zich die ochtend om negen uur melden. De tijd van afscheid was aangebroken. Het hele gezin ging mee om moeder op haar laatste tocht te begeleiden. Voor de ingang van het bestuurderscentrum vloeiden de tranen. 
"Tot gauw", fluisterde Larse. 
Moedeloos ging Dorisa de deur binnen. Voor de anderen was dit verboden gebied. Zij werd persoonlijk verwelkomd door de bestuurder. 
"Gefeliciteerd, ik wou dat het voor mij al tijd was" zei de machtige man. 
Ze werd in een zaal geleid waar nog twintig andere mensen van haar leeftijd zaten. Iedereen keek bedrukt. 
"Het spijt mij, dat wij u in onzekerheid moeten laten, maar bij aankomst krijgt u uitleg" doorbrak de bestuurder de stilte. 
In een rij werden de mensen naar een groot ruimteschip gevoerd. 
"Neemt u plaats, ik kan jammer genoeg niet mee, maar u wordt opgewacht". De bestuurder nam afscheid. Hij toetste de route in de computer in en de deuren sloten met een sissend geluid. Op weg naar...... Dorisa was vertwijfeld, kwam het dan toch nog goed? De mensen probeerden te gissen wat er met hen zou gebeuren. Na vierentwintig uur begon het ruimteschip snelheid terug te nemen. 
"Wat zijn ze met ons van plan!", riep een vrouw op angstige toon. 
Alleen de mensen die het geloof hadden bleven rustig. Dorisa was nog steeds angstig, misschien zou het schip ontploffen. Het schip bleef zijn snelheid vertragen en met een lichte bons kwam het tot stilstand. Langzaam schoven de deuren open. Verblind door het licht bleven de mensen staan. Dorisa stapte als eerste naar buiten. 
"Dorisa!", gilde iemand. Verbijsterd liep Dorisa naar de vrouw toe. Het was haar moeder, maar heel anders gekleed. Ze viel haar ouders in de armen. Overal om haar heen, werd er gehuild en oude kennissen begroet. 
"Waar zijn we?", fluisterde ze geëmotioneerd tegen haar vader. 
"Op aarde", zei haar vader door zijn tranen heen. 
Dorisa was die dag helemaal van slag. Ze had haar einde voelen naderen en nu was ze bij haar ouders, op aarde!! Ze had niet gedacht hen ooit nog eens te zien. Haar ouders namen haar op ezels mee naar een kleine boerderij. Het was net een reis terug in de tijd. Alles was heel primitief. Stilletjes nam ze plaats in een houten stoel, terwijl haar moeder een zwarte warme drank voor haar inschonk. Koffie, zoals zij net had geleerd. Ze moest nog zoveel leren. Haar vader begon te vertellen. 
"De geleerden hebben een middel gevonden om immuun te worden voor bacteriën op aarde, dit middel moet minimaal tien jaar geslikt worden". Dorisa knikte, al iets meer begrijpend. 
"Jongeren kunnen dit middel niet verdragen, vandaar dat het vanaf je dertigste wordt verstrekt, als je veertig bent dan kun je terug" vertelde haar vader. Dorisa dacht terug aan al die angst. 
"Maar waarom vertellen ze het dan niet, dan hoeft niemand meer bang te zijn", was Dorisa's eerste vraag. 
"Men was bang dat de jongeren toch zouden proberen met hun ouders mee te gaan, het zou hun dood worden", stamelde haar vader. 
Die avond werd Dorisa alles duidelijk. Alles op aarde was vernietigd. Men had terug moeten gaan in de tijd en op een primitieve manier weer het leven moeten opbouwen. Haar ouders hadden ook een boerderij voor haar onderhouden, de bedoeling was dat zij dit op zou bouwen, tot Larse over twee jaar kwam. Dorisa realiseerde zich nu pas, dat het geen echt afscheid was geweest. Zij zou de boerderij met liefde opbouwen, voor als Larse kwam. En ook haar kinderen zou ze ooit weer zien. Misschien dat ze al snel de oplossing konden vinden om de bacteriën onschadelijk te maken. Dan kon iedereen weg van Entara. Een boerderijtje, natuur, dieren en haar man en kinderen. Wat wou een mens nog meer? Ze hadden geen geautomatiseerd leven meer nodig! 
"Het leven begint bij veertig", fluisterde Dorisa zachtjes naar Larse, alsof ze al naast hem zat. 

Uitgeverij Gigant
Postbus 10343
1001 EH Amsterdam

Omwenteling
Korte verhalen van schrijvende vrouwen

©Jolanda Pikkaart.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik.