Jolanda Pikkaart tekstschrijver freelance journaliste en schrijfster
 
Verhalen >    - 'Enkele reis' -

Enkele reis

Hij wilde graag in een lege coupé zitten en hij hield helemaal niet van honden. Maar zijn zonderlinge medepassagier dacht er anders over.

"Een enkele reis Hengelo, graag", Mark glimlachte naar de jongedame achter het loket. De trein stond al op het perron. Mark ging op zoek naar een lege coupé. Hij zette zijn tas op de zitting naast zich, dit om te voorkomen dat er iemand naast hem ging zitten. Zoals de meeste reizigers probeerde hij altijd een bank niet te hoeven delen. Hij hield er van met de trein te reizen, een bakje koffie, een broodje en dan lezen! En gelukkig was er nog een niet-rokerscoupé vrij geweest; hij vond het niet prettig om met van die nerveuze rokers, in meestal toch al benauwde coupés te zitten. 


De trein zette zich in beweging. Mark pakte zijn boek, zakte onderuit en begon te lezen. De deur schoof open. Geërgerd keek hij op van zijn boek. Hij slaakte een zucht, het was alleen maar de controleur. Hij ritste het voorvakje van zijn weekendtas open en toonde zijn kaartje. Normaal nam hij een retourtje als hij op bezoek bij zijn ouders ging, maar ditmaal kon hij met zijn vader terugrijden. Zijn salaris was net toereikend, dus dat kwam goed uit. 
De trein begon te remmen. Mark keek op van zijn boek om zich te oriënteren. Er stonden weinig mensen op het perron. God zij dank! 
Hij keek naar het magere oude mannetje dat probeerde met zijn koffer en zijn grote hond de wagon in te stappen. De sjofele man stopte voor zijn coupé.  "Oh nee, geen hond alsjeblieft", fluisterde Mark. Als kind was hij al bang voor honden geweest en zeker voor een flinke zoals deze. 
De man worstelde weer met zijn koffer. Mark stond op en nam de koffer over, deze was verbazend licht. Vragend keek hij de man aan. "Mijn bagage komt later", verhelderde de man. Mark knikte hoewel hij het niet echt begreep. Hij plaatste de koffer in het bagagerek. De hond stormde naar binnen en dook onmiddellijk op de plaats naast Mark, boven op de weekendtas. Mark zat als versteend.  De man nam plaats tegenover hem. "Bent u bang voor honden?" Mark knikte. "Dat is heel goed", zei de man; "maar u hoeft niet bang te zijn hoor. Het is nog te vroeg. Aait u hem maar", vervolgde hij geruststellend. Het leek Mark het beste om de eigenaar van dit kalf te gehoorzamen. Aarzelend stak hij zijn hand uit. De hond gromde. 'Niet terug trekken', bedacht hij zich nog net op tijd, 'dan bijt hij'. Hij aaide de hond voorzichtig over zijn kop en probeerde zich zo normaal mogelijk te gedragen. De man bleek Jansen te heten, maar iedereen noemde hem ome Kees en hij stond erop dat Mark hem ook zo noemde. 
Ome Kees was een gepensioneerde ambtenaar. Zijn vrouw en kinderen bleken op een noodlottige wijze te zijn omgekomen en hij ging nu op bezoek bij zijn oudtante. Mark probeerde zijn aandacht bij het oppervlakkige gesprek te houden en net te doen alsof er geen hond aanwezig was. 
Ome Kees schakelde over op een ander onderwerp: de hond. 'Leuk', dacht Mark. "Is het nu niet duur zo'n grote hond, al dat eten?" Mark probeerde enige interesse te tonen. "Tja, ik heb maar een klein pensioentje, maar de hond eet geen duur voedsel", antwoordde ome Kees. 
"Hij kijkt anders naar me alsof ik zijn hapklare brokken ben", antwoordde Mark. 
"Zo heet hij ook, naar hapklare brokken" ome Kees glimlachte. Bonzo verschoof en legde zijn poot op Mark zijn dij. Mark sloot zijn ogen en prevelde een schietgebedje. 
"Niet laten merken dat u bang bent hoor, daar houdt hij niet van". Ome Kees klonk nerveus. Mark keek naar de hond, deze liet zijn tanden zien. "Braaf, braaf", was alles wat Mark verzinnen kon. 
Hij overdacht al zijn verschrikkelijke avonturen met honden. Als kleine jongen was hij door heel wat honden gebeten, ze voelden zijn angst. Hij had natuurlijk ook meteen een andere plaats moeten zoeken, maar nu durfde hij niet meer op te staan. Bonzo plaatste zijn andere poot ook op het been van Mark, opstaan was nu zeker uitgesloten. 
"Ik zit gevangen", mompelde Mark en hij probeerde zijn trillende ledenmaten onder controle te houden. 
"Soms gaat het fout", begon de hondenliefhebber opnieuw. "Ik vind het heel erg van mijn familie". Mark keek verschrikt op. 
"Wat is er dan met uw familie gebeurd?" De heer Jansen stak zijn betoog af. Eerst had de hond lief met de kinderen gespeeld en hij was trouw  geweest aan zijn vrouw, maar toen... "Toen werden ze bang", stamelde Mark. De man knikte en zei:" Verscheurd, de ene na de andere". Mark huiverde en Bonzo begon zachtjes te grommen. 
"Ik moet naar de wc", Mark trachtte op deze wijze zijn mogelijke noodlot te ontlopen. 
"Het spijt me" zei ome Kees, "Bonzo is nu te gevaarlijk, u moet blijven zitten". Meedogenloos zette de man zijn betoog voort, niets bleef Mark bespaard: wrede verhalen over verdwijningen in de buurt.  Mark begon zijn zelfbeheersing te verliezen. Bonzo liet zich gelden en begon steeds dreigender te grommen. 'Ik mag mijn angst niet tonen' probeerde Mark zichzelf moed in te praten, een hopeloze zaak. Ome Kees bekeek hem meewarig. Mark voelde de tranen achter zijn ogen branden. Hij wilde eruit. "Haalt u dat monster nu alsjeblieft van mijn schoot!" 
De man barstte in lachen uit, hard genoeg om boven het gegrom van de hond uit te komen. Mark begon in paniek te gillen. "Haal hem weg, haal hem weg!" Hij zag de dreigende ogen, die grote tanden, hij kon het niet meer opbrengen. Hij duwde de poten van Bonzo opzij en liep langzaam achterwaarts naar de deur. Bonzo sprong op en het laatste dat Mark zag was de schuimende mond. 

Behoedzaam pakte de heer Jansen, de resten met zijn handschoenen op en rangschikte ze in zijn koffer. "Maandag, dinsdag, woensdag...", mompelde hij. Hij haalde een doekje over de banken. 
"Kom op Bonzo we gaan naar huis, voor deze week heb je weer eten". Bij de deur hielp een kruier hem met zijn koffer, de heer Jansen kon hem niet meer tillen. Langzaam sjokte Ome Kees en zijn hond naar een trein richting huis. Hij had een retourtje gekocht van het laatste restant van zijn AOW.

Verschenen in: 'Verzamelde korte verhalen van Nederlandse en Belgische auteurs' Uitgeverij  De Vleermuis.

©Jolanda Pikkaart.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik.