Jolanda Pikkaart tekstschrijver freelance journaliste en schrijfster
 
Artikelen > Natuur > Lesmateriaal: Kinderen en natuur

Lesmateriaal: Kinderen en natuur

Onder de grond: Hoe leven bodemdiertjes?

Leeftijd
• 4-6 jaar
Doel
• In deze les leren de kinderen meer over het leven onder de grond.

Het is fijn om de lucht te zien en om hem in te ademen.
Maar hoe is het nu om onder te grond te leven?
Is het koud of warm en krijg je geen pijn aan je ogen?

Kringgesprek

Nodig:
• een grote bak
• aarde
• schepje?

Begin de les met een kringgesprek: Vraag of de kinderen vanochtend al de zon gezien hebben. Wat vinden ze fijner donker of licht? De meeste mensen houden meer van licht maar sommige dieren houden meer van donker. Ze leven in de grond. Alle dieren de in de grond wonen noemen we voor het gemak bodemdiertjes, maar het zijn er heel veel verschillende.

Wie leeft er in de grond? De kinderen weten vast wel een paar namen van bodemdiertjes. (wormen, pissebed, duizendpoot).
Is de grond koud of warm? Laat de kinderen na hun antwoord even met hun handen woelen in de grond. Waarschijnlijk komen ze ook nog wel een bodemdiertje tegen. Vraag de kinderen hoeveel dieren er in zo’n bak grond leven. In een kilo grond leven circa een miljoen dieren. Al zijn de meeste diertjes niet met het blote oog te zien. (tekening of foto bodemdiertjes bij artikel). Heeft één van de kinderen het aantal geraden? Bodemdiertjes zijn dus nooit alleen, het zijn er zo veel! Ze leven overal, van de kinderboerderij tot het schoolplein, op bergen en bij de rivier.

Waarom zijn bodemdieren belangrijk?
Bodemdiertjes zorgen dat de bodem luchtig blijft omdat ze gangen graven. Zo stroomt het water weer door de gangen in de grond. Planten hebben lucht en water nodig.

Bodemdiertjes eten dode plantenresten en mest. Wat ze zelf weer uitpoepen is eten voor planten en schimmels. We noemen die mest humus. Planten groeien daarvan. Dat is fijn voor de planten en bomen, maar ook voor ons. Wij eten ook planten zoals granen, maïs, aardappelen en rabarber.

Bodemdiertjes om de hoek:

Nodig
• Zoekkaart bodemdiertjes (of een doeblad met voorbeelden)
• Loepjes
• Witte bakjes, lege boterkuipjes?
• Schepjes?
• Losse tegel op het schoolplein op de aarde

Ga met de kinderen naar buiten op het schoolplein of bij een stukje grond. Leven hier ook bodemdiertjes zo vlak bij school? Laat de kinderen reageren. Til daarna samen een losse stoeptegel op of een ander voorwerp dat op de aarde ligt. Tussen vermolmd hout en onder bladeren zijn altijd bodemdiertjes te vinden. Onder een tegel krioelt het van leven. De kinderen bekijken de dieren en kijken op de zoekkaart (doeblad?) of ze de dieren herkennen. Eén van de kinderen vindt vast wel een pissebed. Hoeveel pootjes heeft een pissebed? Juist 14. Is het dan een insect? Nee, want een insect heeft maar 6 pootjes en een spin 8. De pissebed is een kreeftachtige. Hoeveel poten heeft een duizendpoot? Geen duizend. Het ligt er aan welke soort duizendpoot het is. Er zijn er met 30 poten maar ook met wel tweehonderd poten. Gelukkig dragen ze geen schoenen.

Als ze voorradig zijn, dan zijn loepjes heel handig. Ze mogen ook zelf gaan scheppen in een stukje grond. Voorzichtig, niemand vind een gehalveerde worm leuk. Laat de kinderen de bodemdiertjes in de bakjes zetten zodat ze ze rustig kunnen bekijken. De moedige kinderen mogen de diertjes over hun hand laten kruipen. Zijn ze koud? Kriebelen ze? Heeft deze pootjes? Na de buitenles zetten de leerlingen de bodemdiertjes voorzichtig terug op de grond zodat ze weer de aarde in kunnen kruipen.

Leven onder de grond

Nodig:
• Stuk grond met gevallen bladeren

Ga met de kinderen naar een grote tuin of een stuk bos. Zoek een plek met veel afgevallen bladeren. Vraag de kinderen waar je de meeste bodemdiertjes vindt.
Een grote stapel afgevallen bladeren vormt een dikke strooisellaag. In die laag leven allerlei kleine diertjes die rottend blad eten. Bodemdiertjes zijn afvaleters, de vuilnismannen van de natuur. Dus onder de bladeren daar leven de bodemdiertjes. Hoe is het om in het donker diep onder de grond te leven?

Verdeel de kinderen in tweetallen. Het ene kind gaat op de grond liggen, het andere kind gooit de bladeren over het lichaam van het liggende kind. Wie durft mag ook wat bladeren op zijn gezicht laten leggen. Laat de kinderen een paar minuten rustig liggen.

• Welk dier ben je
• Heb je het warm of koud?
• Wat voelen je?
• Waarom woon je zo diep in de grond?
Sommige kinderen vinden deze opdracht erg spannend. Laat ze dan bijvoorbeeld eerst hun hand of voeten begraven.

Daarna ruilen de kinderen om, en gaat het andere kind onder de bladeren liggen.
Bespreek terug in de klas de ervaringen van kinderen en laat ze vertellen wat ze geleerd hebben over bodemdiertjes. Een tekening maken is een mooie afronding van de les.

Jolanda Pikkaart
www.natuurkind.nl